/
/
Cijfers die te belangrijk zijn om te klasseren

Delen:

Cijfers die te belangrijk zijn om te klasseren

Brussel, 26 augustus 2026

Amper 7 procent van de volwassenen eet voldoende groenten. Nauwelijks 1 procent haalt de aanbeveling voor volkorenproducten.

Dat zijn geen voetnoten in een lijvig rapport. Het zijn zorgwekkende signalen over de gezondheid van onze bevolking. De cijfers komen uit de toonaangevende Nationale Voedselconsumptiepeiling van Sciensano, waarvan de jongste editie een jaar geleden verscheen. En toch bleef het publieke debat opvallend stil. Dat is moeilijk te begrijpen. Cijfers van deze omvang verdienen een ernstig debat.

Geen abstract probleem

Laten we beginnen bij de basis: gezonde en gevarieerde voeding is de eerste verdedigingslinie voor onze gezondheid. Daarover bestaat geen discussie. Maar die basis staat in ons land bijzonder wankel. De cijfers zijn duidelijk: onze eetgewoonten schieten op grote schaal tekort.

Het gevolg? Een grote meerderheid van de Belgen loopt risico op vitamine- en mineralentekorten. Voor folaat gaat het om 70 procent van de bevolking, voor calcium om 67 procent, voor riboflavine om 63 procent en voor vitamine C om 61 procent. En dan is er vitamine D: 95 procent haalt de aanbeveling van 15 µg per dag niet.

De risico’s zijn bovendien niet gelijk verdeeld. Vrouwen, adolescenten en mensen met een lager opleidingsniveau zijn extra kwetsbaar. Bij adolescenten haalt 86 procent onvoldoende calcium binnen; bij adolescente meisjes zit 43 procent onder de ijzerbehoefte.

Wie dit alleen als percentages leest, mist waarover het werkelijk gaat. Deze cijfers raken mensen in hun dagelijks leven. Tegelijk wegen ze op maatschappelijk niveau mee op gezondheidskosten die nu al torenhoog zijn.

Geen momentopname, maar een trend die verslechtert

Wie hoopt dat dit een momentopname is, komt bedrogen uit. Vergeleken met de peiling van 2014-2015 is de gemiddelde inname van onder meer vitamine C, vitamine A, riboflavine en calcium verder gedaald. De trend gaat niet de goede kant uit. Integendeel.

België staat daarin niet alleen. Ook in Nederland en Frankrijk zien we ontoereikende innames van dezelfde nutriënten, grotendeels bij dezelfde groepen. Dit is dus geen Belgische anomalie, maar een structureel patroon in West-Europa. Dat maakt het probleem niet kleiner. Het maakt de nood aan een ernstig debat alleen maar groter.

Gezonde voeding eerst. Maar met open vizier.

Hoe keren we deze trend? Eén uitgangspunt staat voor mij buiten kijf: gezonde voeding komt altijd op de eerste plaats. Elke inspanning om de Belg gezonder te laten eten, verdient steun. Een voedingssupplement vervangt geen gezond en gevarieerd voedingspatroon. Punt.

Maar dat mag geen excuus zijn om de cijfers niet onder ogen te zien. De realiteit is wat ze is, en daarmee moeten we aan de slag. Waar voeding tekortschiet, kan gerichte voedingssuppletie, waar nodig en op advies, een belangrijke aanvullende rol spelen, bijvoorbeeld voor vitamine D en foliumzuur.

Daarom mijn oproep: laat ons deze cijfers niet opnieuw klasseren. Laat ons het debat blijven voeren: tussen wetenschappers, beleidsmakers, gezondheidsprofessionals en de sector. Met een open blik en maar op basis van feiten. En met één gezamenlijk doel: de gezondheid van onze burgers versterken.

De cijfers zijn duidelijk. Nu komt het erop aan ze ernstig te nemen.

Alle cijfers, duiding en bronvermeldingen staan in het be-sup-rapport 5 inzichten uit de Nationale Voedselconsumptiepeiling.


Valerie Vercammen
Managing Director be-sup vzw

U kan ook het opiniestuk downloaden in pdf.